Verbinding op de werkvloer: waarom we elkaar te weinig opzoeken | Brugge in't Echt Ga naar hoofdinhoud

Verbinding op de werkvloer: waarom we elkaar te weinig opzoeken

Verbinding op de werkvloer levert meer op dan we denken. Waarom we collega's te weinig opzoeken en hoe een klein gebaar het verschil maakt.

Wouter Barremaecker 8 min leestijd
Twee collega's die even contact maken bij de koffieautomaat, een klein moment van verbinding op de werkvloer

Je loopt naar de koffieautomaat. Een collega van een ander team staat er al, iemand die je vaag kent. Je voelt een kleine impuls om iets te zeggen. En dan, in een fractie van een seconde, beslis je toch maar van niet. Te druk, misschien stoor je, waar zou je het over hebben. Je pakt je koffie en loopt terug naar je scherm.

Herkenbaar? Dat ene moment van inhouden gebeurt op werkvloeren de hele dag door. En volgens een groeiend pakket onderzoek maken we daar massaal een denkfout. We onderschatten hoe goed het contact zou zijn geweest, en hoe blij de ander zou zijn dat je iets zei.

Een team dat naast elkaar werkte

Een tijdje geleden begeleidde ik een team waar iets vreemds speelde. Op papier liep alles. Deadlines werden gehaald, de cijfers klopten, niemand maakte ruzie. En toch zaten de mensen er een beetje grauw bij. Toen ik vroeg hoe het ging, kreeg ik vaak een variant op hetzelfde antwoord: “Goed hoor, druk.”

In de gesprekken bleek iets wat ze zelf nauwelijks zagen. Ze werkten naast elkaar, niet met elkaar. Vragen gingen via chat. Hulp werd zelden hardop gevraagd. Iedereen was bang om iemand anders te storen, dus stoorde niemand iemand, en zo werd het stiller en stiller. Niet uit onwil. Uit een soort overdreven beleefdheid die niemand had afgesproken.

Wat me opviel: bijna iedereen miste het contact, en bijna iedereen dacht dat hij de enige was. Dat is precies de denkfout waar het onderzoek over gaat. We houden ons in om de ander niet lastig te vallen, terwijl die ander net zo goed op een opening zit te wachten.

We rekenen onszelf arm

Psycholoog Nicholas Epley van de Universiteit van Chicago bestudeert al jaren wat hij onze “ondersocialiteit” noemt. In zijn nieuwe boek A Little More Social bundelt hij dat werk. Jill Suttie vatte het mooi samen in Greater Good Magazine: we reiken minder naar elkaar dan goed voor ons is, omdat we de opbrengst van contact stelselmatig te laag inschatten.

Het bekendste voorbeeld is het forensenexperiment. Pendelaars kregen de vraag of ze gelukkiger zouden zijn als ze de rit alleen doorbrachten, of als ze een praatje maakten met een onbekende. De meesten gokten op alleen. Ze hadden het mis. Wie een gesprek aanknoopte, had achteraf de aangenaamste rit. Introvert of extravert maakte niet uit.

“We are profoundly social animals who are nevertheless prone to underestimating the value of connecting with others.”

Nicholas Epley, A Little More Social

Dat zinnetje vat het verschil samen tussen wat we vrezen en wat er echt gebeurt. We zijn diep sociale wezens, en toch houden we ons in. Ik zie dat niet alleen in onderzoek, maar elke week in de teams die ik begeleid, gewoon hier in Brugge en de rest van West-Vlaanderen.

Wat ons tegenhoudt

Epley benoemt drie struikelblokken, en ze klinken pijnlijk vertrouwd.

Het eerste is overdreven onzekerheid. We overschatten het risico. We vrezen een ongemakkelijke stilte, een afwijzing, een blik die zegt “waarom spreek je mij aan”. In de praktijk gebeurt dat zelden. We zijn als soort geneigd tot wederkerigheid: warmte lokt warmte uit. Wie vriendelijk begint, krijgt meestal vriendelijkheid terug.

Het tweede is een scheef zelfbeeld. Als wij iemand benaderen, oordelen we streng over onze eigen handigheid. Klink ik niet stuntelig? Terwijl de ander vooral let op iets anders: voelt dit warm en oprecht? Net in dat eerste contact telt warmte zwaarder dan vlotheid. We zakken voor een examen dat de ander niet eens afneemt.

Het derde is de omgeving die ons in de waan houdt. Door contact te vermijden, leren we nooit hoe open mensen eigenlijk zijn. Zo bevestigt het uitblijven van contact onze eigen vrees. Een stille self-fulfilling prophecy, dag na dag.

In dat team zag ik alle drie tegelijk. De overdreven onzekerheid (“ik stoor vast”), het scheve zelfbeeld (“ik klink straks dom”), en de omgeving die het bevestigde, want hoe minder mensen elkaar opzochten, hoe vreemder het voelde om het wel te doen. Het is geen kwestie van slechte wil. Het is een misverstand dat zichzelf in stand houdt.

Een collega twijfelt of hij iemand zal aanspreken, een herkenbaar moment van inhouden op de werkvloer

Waarom dit op het werk extra weegt

Op een werkvloer stapelen die ingehouden momenten zich op. De vraag die je niet stelt, de collega die je niet feliciteert, de korte babbel die niet gebeurt. Elk op zich onbeduidend. Samen vormen ze het verschil tussen een groep mensen die elkaar kent en een groep die toevallig hetzelfde gebouw deelt.

Ik schreef eerder over de kleine momenten die teamdynamiek dragen. Dit is daar de andere kant van. Het zijn niet alleen efficiente tools die die momenten wegnemen. Soms doen we het zelf, uit een verkeerde inschatting van hoe welkom we zijn.

Wat me bij Epley het meest bijbleef, is zijn vondst over hoe we contact maken. Praten via de stem, dus even bellen of langsgaan, geeft meer verbinding dan typen. Ook al verwachten we van wel het tegendeel. We kiezen vaak het kanaal dat het minst spannend voelt, en net daar verliezen we wat warmte.

Denk aan hoe vaak je een berichtje stuurt terwijl de persoon twee bureaus verderop zit. Het voelt efficienter, en misschien is het dat ook. Maar je mist de toon, de blik, het lachje dat een gesprek draagt. Een geschreven vraag krijgt een antwoord. Een gestelde vraag, hardop, krijgt er soms een gesprek bovenop, en dat gesprek is waar de verbinding zit. Niet elke keer, dat hoeft ook niet. Maar vaker dan we onszelf gunnen.

Dat sluit aan bij iets wat ik vaak zie: hoe een gesprek verloopt, hangt sterk af van of mensen elkaar echt horen. Daarover schreef ik in empathisch luisteren op het werk. Verbinding begint niet bij grote ingrepen, maar bij de bereidheid om de eerste stap te zetten en daarna echt aanwezig te zijn.

Klein beginnen werkt

Het mooie aan dit onderzoek is hoe laagdrempelig de oplossing is. Je hoeft geen diepe gesprekken af te dwingen. Een hallo en een glimlach zijn vaak genoeg om de bal aan het rollen te krijgen. Een oprecht compliment. Een korte vraag over iets waar de ander mee bezig is.

In mijn begeleiding merk ik dat mensen die hiermee experimenteren, verrast zijn door de reactie. Niet door grootse gesprekken, maar door iets eenvoudigers: het voelt minder ongemakkelijk dan gevreesd, en de ander blijkt blij verrast. Die ervaring corrigeert langzaam de oude inschatting.

Met het team waar ik mee werkte, deden we niets ingewikkelds. We spraken af dat een vraag voortaan eerst hardop mocht, voor ze in de chat verdween. Dat wie vastzat, dat gewoon zei. Dat een korte babbel bij de koffie geen tijdverlies was maar werk. In het begin voelde dat geforceerd, dat hoort erbij. Na een paar weken merkten ze dat de sfeer kantelde. Niet omdat er meer vergaderd werd, maar omdat de stilte was gebroken.

Wat hen het meest verraste, was hoe weinig het kostte. Geen extra uren, geen nieuwe tool. Alleen de bereidheid om de impuls die er al was iets vaker te volgen. Die kleine ergernissen en die lichte eenzaamheid waar ik eerder over schreef in microstress op het werk, bleken voor een groot deel terug te voeren op gemiste momenten van contact.

Een paar dingen die in de praktijk helpen:

  • Leg je telefoon weg op gangen, in de lift, bij de koffie. Een scherm in je hand is een bordje “niet storen” dat je zelf ophangt.
  • Kies vaker de stem boven de chat. Een belletje van twee minuten doet meer dan vijf berichten heen en weer.
  • Stel een kleine vraag in plaats van een groot gesprek te plannen. “Hoe ging die presentatie?” volstaat.
  • Verwacht warmte, geen afwijzing. Je gok klopt vaker dan je denkt.

Niets hiervan vraagt een ander karakter. Het vraagt alleen dat je de impuls die je toch al voelde, iets vaker volgt.

Tot slot

We dragen een hardnekkig misverstand met ons mee: dat anderen liever met rust gelaten worden, en dat wijzelf wat onhandig overkomen. Het onderzoek van Epley laat zien dat we ons daarmee tekortdoen. De ander wacht vaker op een opening dan we vermoeden.

Probeer het deze week eens. Die ene keer dat je de impuls voelt om iets te zeggen tegen een collega, zeg dan iets. Een hallo, een vraag, een compliment. Let op wat er gebeurt, en hoe weinig moeite het kostte vergeleken met wat je vreesde.

Wil je met je team werken aan die cultuur van echt contact, waarin mensen elkaar weer durven opzoeken? In een teamtraject bouwen we daar samen aan. Of plan een kennismakingsgesprek en vertel waar het bij jullie stroef loopt.

Bron: Jill Suttie, “How Being a Little More Social Can Change Your Life”, Greater Good Magazine, 1 juni 2026, over het boek A Little More Social van Nicholas Epley.

Veelgestelde vragen

We onderschatten systematisch hoe goed contact aanvoelt en hoe positief de ander reageert. Onderzoek van psycholoog Nicholas Epley (Universiteit van Chicago) laat zien dat we het sociale risico overschatten en de opbrengst onderschatten. Daardoor houden we ons in, terwijl mensen veel meer openstaan voor een babbel dan we vrezen. We zijn als soort geneigd tot wederkerigheid: warmte lokt warmte uit.

Begin klein. Een hallo, een glimlach, een oprecht compliment of een korte vraag is vaak genoeg. Epley vond ook dat praten via de stem, dus bellen of even langsgaan in plaats van typen, meer verbinding geeft dan een bericht. Leg je telefoon weg zodat je de kleine kansen op contact opmerkt. Hoe vaker je het doet, hoe gewoner het wordt.

Ja. In een bekend experiment voorspelden forenzen dat ze gelukkiger zouden zijn als ze alleen bleven, maar wie een gesprek aanknoopte met een onbekende, had achteraf de fijnste rit, of ze nu introvert of extravert waren. Op het werk vertaalt zich dat in meer betrokkenheid, vlottere samenwerking en minder eenzaamheid naast elkaar.

#verbinding op de werkvloer #contact maken met collega's #beter communiceren op het werk #verbindende communicatie #samenwerking in teams
WD

Wouter Barremaecker

Trainer & Coach Verbindende Communicatie

Wouter begeleidt teams en individuen in het ontwikkelen van effectievere communicatie en diepere verbinding.

Meer over Wouter →

GERELATEERDE ARTIKELEN

WILT U MEER LEREN?

Bekijk onze trainingen of neem contact op voor een vrijblijvend gesprek.